Bestaansrecht van de bioscoop en het kantoor
Gisteravond weer eens naar de bioscoop geweest. Bioscoop betekent: kaartjes reserveren om überhaupt de film te kunnen zien, op tijd aanwezig zijn anders sta je in de rij en heb je slechte plaatsen, verplicht reclame kijken. Toch heb je dit alles ervoor over om bepaalde films te zien. Natuurlijk zijn die films met veel minder moeite te downloaden en thuis te bekijken. Toch is het resultaat in de bioscoop vele malen beter dan thuis. Er is dus een specifieke reden waarom een bioscoop nog bestaat. Naar mijn mening is dat de beleving van de film. Het heeft een meerwaarde boven de thuisbeleving. Wanneer het verschil ons iets oplevert willen we daar graag voor investeren.
Het verhaal over de bioscoop dient als metafoor. Ik denk dat de keuze voor een locatie om een goede film te zien hetzelfde is als de keuze om te bepalen waar het werk het beste uitgevoerd kan worden. Ik geloof dat mensen kiezen voor de weg die het meeste oplevert of anders gezegd de weg van de minste weerstand. Mensen willen verwend worden of willen zo min mogelijk tegen gewerkt worden. Het resultaat is hetzelfde alleen het verschil zit hem in de instelling. Glas half vol of half leeg. Wanneer we deze theorie loslaten op het werk dan is het maar de vraag of mensen altijd op dezelfde plek willen werken. Het is niet mijn bedoeling om het thuiswerken te stimuleren. Mijn doel is om bewustwording te creëren rondom het werk dat we uitvoeren en wat wij als mensen nodig hebben om dit het beste te doen.
Bedrijven hebben kantoren gebouwd om het werk uit te laten voeren. Het kantoor biedt in mijn ogen twee doelen namelijk het gebruik van faciliteiten en het ontmoeten van mensen. Als eerste is dit het gebruik van faciliteiten zoals werkplek, vergaderruimte, kopiëren/faxen, netwerk, etc. Het tweede doel van een kantoor biedt is dat mensen elkaar kunnen ontmoeten. Twintig jaar geleden had een kantoor hetzelfde doel. Het enige verschil is dat er toen minder alternatieven waren. In die tijd was het niet zo vanzelfsprekend dat je ook thuis een computer had staan. In die tijd was iedereen niet zo gemakkelijk bereikbaar als nu. De reden dat vele bedrijven nog in een traditioneel kantoor werken komt naar mijn mening door de industriële revolutie.
Door de industriële revolutie zijn mensen die eerst in kleine dorpen werkten vertrokken naar de stad om dicht bij de industrie te gaan werken. Het aantal arbeiders per bedrijf groeide en zo ontstonden grote industriële bedrijven met vestigingen waar vele arbeiders werkten. De arbeiders kwamen lopend of met de fiets naar hun werk, want ze woonden om de fabriek heen. Arbeiders werkten voornamelijk met hun handen. In deze tijd was er geen fileprobleem of informationoverload.
Door de jaren heen is steeds meer handwerk overgegaan in kenniswerk. Bij fabrieken zelf zijn snellere en kleinere machines gekomen en relatief steeds meer kantoorruimte was nodig. Tegenwoordig is ons kenniswerk de machine van de maatschappij geworden. Toch zijn vele kantoren nog ingericht alsof al deze mensenmachines nog op hoogspanning en smeerolie (koffie) hun werk uitvoeren!
Stel je nu eens voor dat we nog allemaal agrariërs zijn. We werken allemaal nog met onze handen op kleine boerderijen verspreid over het land. We hebben wel allemaal een mobiele telefoon en hebben computers met internet. Opeens is het 2009 geworden en heeft 80% van de bevolking het voornemen om dit jaar alleen maar kenniswerk uit te voeren. Hoe zouden we ons werkleven dan in gaan richten? Zouden we dan ook uit ons zelf kantoorpanden gaan bouwen? Zouden we dan bewust allemaal een auto kopen om ’s ochtend in de file te moeten staan met het doel te bewijzen dat we aan het werk zijn?
Werk wil je uitvoeren op de locatie die het je het minst belemmert of het meeste oplevert. Wanneer je thuis al een bureau en een computer hebt staan waarom zou je nog naar kantoor reizen? Als je mensen wilt ontmoeten dan kun je op 1001 locaties afspreken. Eigenlijk klopt het niet dat een kantoor twee doelen (faciliteiten gebruiken en mensen ontmoeten) heeft. Dit zijn doelen van een bedrijf. Een bedrijf wil haar medewerkers faciliteiten bieden om het werk te laten uitvoeren en een netwerk bieden waardoor kennis gedeeld kan worden. Een kantoor kan daarin ondersteunen. Voor een steeds groter deel van de werkers hoeft dit niet specifiek te betekenen dat ze verplicht worden gesteld om in een kantoor te werken. Het enige wat een organisatie wil dat de afgesproken resultaten met zo min mogelijk offers zo goed mogelijk opgeleverd worden. Waar dit werk uitgevoerd wordt mag feitelijk niet uitmaken.
Nog even terugkomend op het voorbeeld van de bioscoop. Wanneer ergens een betere plek wordt geboden om het werk uit te voeren dan wil ik wel investeren. Niet voor alle films wil ik investeren om naar de bioscoop te gaan. Voor de overige films blijf ik thuis of reis ik naar vrienden…




